Een nieuwe garderobe?!

Nu het échte warme weer nog op zich laat wachten, is het een mooie kans om nog snel even door je kledingkast te snuffelen om te zien wat je eigenlijk allemaal hebt voor de zomer.

Vaak vult een kledingkast zich in de loop van de tijd, zonder dat er veel dingen uit verdwijnen. Het gevolg is uiteindelijk een overvolle kledingkast waarin je geen goed overzicht hebt, en waaruit je steeds dezelfde dingen pakt. Zonde van de rest van kledingvoorraad, toch?

Tijd om daar iets aan te doen!

Voorbereiding

Voordat je daadwerkelijk aan de slag gaat in je kledingkast, is het goed om alvast wat te brainstormen: in welke kleding voel jij je fijn? Welke kleuren/modellen/stoffen laten jou er op je best uitzien? Bij welke (soort/kleur/model) kleding krijg jij complimentjes?
Op deze manier maak je alvast een plaatje in je hoofd dat je straks goed kunt gebruiken.

Start

Begin met je hele kledingkast leeg te halen. Alles eruit, helemaal leeg Ook de bovenste plank, achterin, en de bodem. (kun je de bodem gelijk even stofzuigen 😉 ) Dit telt ook voor pyama’s, sokken, panty’s, ondergoed etc. Leg alles op 1 plek bij elkaar.

Daarnaast maak je drie plekken voor de categorieën Troep, Schat, Andere Eigenaar (zie mijn blog Hokjes en Vakjes). Vooral voor Troep en Andere Eigenaar is het handig om een grote doos of vuilniszak te hebben. Wanneer je met pijn in je hart iets weg doet, kun je het maar beter direct uit je zicht leggen, voordat je je bedenkt..

Het echte werk

Nu wordt het interessant. Nu ga je stuk voor stuk alle items uit je kledingkast vastpakken, bekijken en beoordelen. Als eerste beoordelen we op: “Ga ik dit ooit nog dragen?”

De eerste eis is natuurlijk dat het kledingstuk schoon en heel is. Als het onherstelbaar beschadigd, vies of verkleurd is, ga je het sowieso niet meer dragen. Categorie Troep dus. (En dat betekent niet in de grijze container, maar in de textielbak)

Kledingstukken die op zich nog goed zijn, bekijk je extra kritisch. Is dit een kledingstuk dat je nog wilt dragen?

Kijk goed naar kleur/stijl/model, hou je brainstorm-plaatje voor ogen en durf kritisch te zijn. Past dit kledingstuk bij jou?

En: pást het je? Kleding bewaren die je niet past, kost veel ruimte, en wanneer je het over 2 jaar wel weer past, wil je het misschien niet meer. Dus: niet passende kleding kun je beter niet bewaren (of anders een stapel Opslag maken, maar in ieder geval niet in je kledingkast).

Tenslotte is het handig om in je achterhoofd te houden of de kleding die je wilt bewaren, ook bij je levensstijl past. Wanneer je in de kinderopvang werkt, zijn 10 zijden blouses in je kast misschien wat veel van het goede. Iemand die op een notariskantoor werkt, zal die wellicht wel alle 10 regelmatig dragen. Pas je kleding aan aan veranderingen in je leven. Ander werk of een verhuizing naar een ander klimaat zijn redenen om andere kleding(-soorten) aan te schaffen.

Alle kleding die niet in de categorie Troep hoeft, komt dus op de stapel Andere Eigenaar. Hier kun je nog heel veel kanten mee op. Probeer dingen die echt nog goed zijn te verkopen op Marktplaats, organiseer een kledingruil met vriendinnen, geef het weg aan iemand die het goed kan gebruiken, of breng het naar de Kringloop of het Leger des Heils. Dat kleding jou niet meer past of staat, betekent niet dat iemand anders er niet blij mee is!

Herinrichten

Nu ga je je kast opnieuw inrichten. (Heb je intussen al een sopje over de planken gehaald?)
Alle kleding die makkelijk kreukt, gaat op hangertjes. Voor het beste overzicht hang je het soort bij soort: jasjes, blouses, jurken, rokken, broeken. Pakken bij elkaar, échte zomer- en winterkleding apart (ik hang kleding die niet van dit seizoen is, altijd bij elkaar aan het einde van de roede. Dat hoekje hoef ik dan ‘s ochtends sowieso niet door te spitten wanneer ik kleding zoek).
Truien, shirtjes, hemdjes, jeans, korte broeken, sportkleding etc komen op de planken. Ook soort bij soort.
Schoenen kunnen (per paar bij elkaar) op de bodem van je kast. Dat is beter dan dat ze overal in huis slingeren.

Sokken en ondergoed bewaar je heel handig in lades. Wanneer je geen lades hebt, doen opbergdozen (of schoenendozen) ook goed dienst.

Echte seizoenskleding zoals korte broeken of hele dikke truien, kun je een plaatsje ‘aan de rand’ geven, op een onhandig-hoge plank bijvoorbeeld. Wanneer het seizoen aanbreekt, kun je de juiste kleding in je kast leggen. Zo heb je per seizoen een goed overzicht wat je hebt, en hoef je zomers niet je dunne katoenen trui tussen de dikke wollen truien uit te plukken.

Wanneer je nu nog steeds flinke stapels hebt, kun je overwegen om binnen één soort ook nog te gaan sorteren: alle witte t-shirts bij elkaar, alle jeans apart van de overige broeken. Dan kom je er misschien achter dat je voor de komende jaren genoeg voorraad hebt van één soort. Of juist dat je een essentieel basisstuk mist. Goed om te weten!

Hetzelfde kun je doen met je accessoires. Riemen, sjaals, tassen per soort bij elkaar, eventueel in een la of doos, zodat ze niet zo snel gaat ‘zwerven’ in je kast.

Klaar!

Wanneer je dit allemaal hebt gedaan, draai je je om, loop je 3 stappen van je kast weg, draait je je nogmaals om en…. geniet van het uitzicht. Goed gedaan!

Nog wat tips

Om je kast zo overzichtelijk te houden, volgen hier nog wat tips:

  • Je hebt nu een goed overzicht van wat je hebt aan kleding. Zijn er items waar je te veel van hebt? (Hoeveel witte t-shirts draag jij in één week? Meer dan dat heb je er niet nodig) Haal het overschot uit je kast.
  • Andersom kan ook: misschien kom je erachter dat je iets mist. In dat geval is het handig om een lijstje te maken met hoeveel je van dat soort/item nodig hebt. En dat dan bijhouden wanneer je er een aantal hebt gekocht, zodat je weet hoeveel je er nu nog moet kopen.
  • Sowieso is een lijstje met aantallen handig. Wanneer je in de winkel loopt en op je lijstje ziet dat je al 18 blouses hebt, is de verleiding om er nog één te kopen, iets makkelijker te weerstaan…
  • Wanneer je garderobe ‘op peil’ is, kun je de regel “1-erin-1-eruit” hanteren. Wanneer je een nieuw kledingstuk koopt, moet er een ‘oud’ kledingstuk uit. Zo raakt je kast nooit overvol.
  • Bij elke seizoenswisseling is het handig om even een ‘rondje’ door je kast te maken. Welke kleding kan er nu uit, welke kleding moet erin. Bekijk gelijk even welke items je eigenlijk toch helemaal niet gedragen hebt het afgelopen seizoen. Dan is de kans klein dat je het de volgende winter/zomer wél gaat dragen, en kun je het beter nu direct weg doen, in plaats van het alsnog op te slaan.
  • Sommige kleding zal nooit door de ‘seizoenskeuring’ gaan, omdat het in elk seizoen gedragen wordt. Toch zitten ook daar items die je misschien ongemerkt niet meer draagt. Een trucje om daar achter te komen, is om elk item dat je gedragen hebt, andersom op het hangertje te hangen/op de plank te leggen. Na een tijdje merk je welke items nog steeds op de ‘oude’ manier hangen/liggen. Tijd voor weer een keuzemomentje. 🙂 (voor de echte structuurliefhebbers onder ons: een lintje om elke hanger dat je eraf haalt wanneer je iets draagt, heeft hetzelfde effect, en je kast blijft iets netter)

Raak je al enthousiast van het idee en wil je het liefst direct aan de slag? Veel succes, én plezier!
Raak je enthousiast van het idee dat jij ook zo’n kast hebt, maar lijkt de weg er naartoe je vreselijk? Bel of mail me, ik kom je helpen!

Met dank aan informatie uit het boek Gelukkig met Minder van Francine Jay.

Leave a Reply

avatar
  Subscribe  
Notify of